AdobeStock_305664655-1-scaled-1.jpeg

Vijf tips voor meer paardenwelzijn

Vrijwel iedere paardenhouder wel dat het beter is om eerst hooi of kuil te voeren en daarna pas krachtvoer, net als dat voor paardenwelzijn zaken als vrije beweging en sociaal contact essentieel zijn. Toch staan er ook onderwerpen en tips in vermeld de Gids voor Goede Praktijken waar misschien niet iedereen aan denkt als het om welzijn gaat. We zetten er vijf op een rij.

Een lichte stal
Het is voor veel paardenhouders vanzelfsprekend dat een lichte stal de voorkeur heeft. Licht heeft veel invloed op het paardenlichaam; denk aan de aanmaak van vitamines en de vruchtbaarheidscyclus van merries. De Gids adviseert dat elke stal minstens 100 lux licht zou moeten hebben. Hoeveel dat is? Genoeg om in elke hoek van de stal de krant te kunnen lezen. Dit komt neer op één lamp van 100 à 150 Watt per box. Indirect licht, dus vanuit de stalgang, is het meest wenselijk. En dat gedurende minimaal acht uur en niet meer dan veertien uur per etmaal, bij voorkeur ook nog natuurlijk licht. Naast de lichtsterkte is ook de lichtduur van belang. Merries worden bijvoorbeeld hengstig door de toenemende daglengte.

Boxen met uitzicht
Paarden zijn vluchtdieren en willen daarom overzicht hebben. Een box zonder uitzicht verhoogt stress en tast het gevoel van veiligheid aan. Elke box moet daarom aan één zijde open zijn of tralies of een luik hebben. Geef paarden de kans om andere paarden te zien en hun omgeving in te kunnen schatten. Paarden willen ook dat overzicht als ze hooi eten, denk daaraan als je een nieuwe stal bouwt. Sommige staldeuren zijn uitgerust met smalle openingen die tot de grond doorlopen. Zo kunnen paarden elkaar tijdens het hooi eten in de gaten houden. Dat helpt om paarden zich rustiger en zekerder te laten voelen.

Stalklimaat
Stof uit hooi of stro kan de luchtwegen van het paard ernstig irriteren. De oplossing? Sla ruwvoer en stro niet op boven de boxen, maar in een aparte ruimte. En strooi stallen bij voorkeur niet op met de paarden erin. Het stalklimaat vaart er wel bij. Een te droge of juist te vochtige stal vergroot het risico op luchtwegproblemen en schimmelgroei. 60 tot 70% luchtvochtigheid is ideaal. Is de luchtvochtigheid te hoog? Dan kunnen paarden moeilijker hun warmte kwijt en stijgt de kans op ademhalingsproblemen, omdat ziekteverwekkers in deze omstandigheden meer kans hebben om zich uit te breiden. Te droge lucht droogt de slijmvliezen uit en kan hoesten veroorzaken, stofvorming zal toenemen.

Waterbakken in groepshuisvesting
In groepshuisvesting is er zoveel ruimte dat alle paarden kunnen liggen op een schone, droge ondergrond. Die ruimte hebben paarden ook nodig bij het voerhek, alle dieren moeten tegelijk kunnen eten. Een handige tip uit de Gids voor Goede praktijken is om twee waterpunten te plaatsen, zo voorkom je de situatie dat één dominant paard de toegang tot water voor anderen blokkeert.

Beweging
Paarden zijn bewegingsdieren: beweging is essentieel voor de gezondheid en valt onder de basisbehoeften. In de vernieuwde Gids voor Goede Praktijken is het uitgangspunt om paarden die individueel gehuisvest worden minimaal vier uur per dag (vrije) beweging te geven, waarvan minstens dertig minuten vrije beweging zijn. Training onder het zadel of voor de wagen, longeren, stapmolen, aan de hand stappen of grazen zijn voorbeelden van gecontroleerde beweging. De paddock en weide vallen onder vrije beweging.

Nieuwsgierig naar de in de inhoud van de volledige Gids, klik hier

Meer informatie over paardenwelzijn vind je op onze themapagina: Dierenwelzijn – Sectorraad Paarden

Deel dit artikel

Share on Facebook
Share on Twitter
Share on Linkdin
Share on Pinterest

Op basis van de door uw gegeven antwoorden krijgt u een persoonlijk rapport met toelichting en advies.

SECTORRAAD PAARDEN

Postbus 3040
3850 CA Ermelo

Bezoekadres
De Beek 125
3852 PL Ermelo

 

Secretariaat

Mieke Theunissen
Secretaris Sectorraad Paarden 

+316-10943793 info@sectorraadpaarden.nl